Welkom
Klik hier voor het fotoalbum

Fotoalbum

FEVLADO
in je buurt

Lid worden

Kalender Dovenclubs

Kalender Algemeen

Studenten

Vertaaldienst

Reportage  

Terug naar overzicht

12 juli 2010

Interview met Adam Kosa en Mark Wheatley

 

Download Quicktime

Maartje: Hallo en welkom op de website. Vandaag interview ik twee bekende Dove politici, lobbyisten. Hier naast mij Mark Wheatley, welkom. Langs de andere kant Adam Kosa, welkom. Adam werd één jaar geleden verkozen in het Europees Parlement. Hij is Hongaar. Mark is directeur van EUD, de Europese dovenfederatie. Ze werken beiden in Brussel, vandaag zijn we in het bureau van Adam in het Europees Parlement. Ok, ik heb enkele vragen voor jullie apart en voor jullie samen.

Mark, kan je mij kort uitleggen wat EUD is?

Mark: EUD bestaat al 25 jaar. Er zijn 36 landen aangesloten. EUD heeft drie belangrijke prioriteiten: erkenning van gebarentalen, empowerment door communicatie en informatie, en gelijke kansen op onderwijs en werk. Dat zijn onze belangrijkste werkpunten.

Maartje: Voel je dat er een kloof is tussen de Oost-Europese en West-Europese dovenfederaties? Zijn er verschillen tussen de Westerse landen en de vroeger communistische landen? Hoe heb je dat bijvoorbeeld gevoeld op de laatste algemene vergadering van EUD in Madrid?

Mark: Er zijn zeker grote verschillen tussen Oost- en West-Europa. De Westerse landen zijn altijd vrije landen geweest met vrijheid van verkeer. De Dovengemeenschappen daar zijn nu echt opgedeeld in kleinere groepen. De Oost-Europese dovenfederaties hangen sterker aan elkaar, voelen zich door hun doof-zijn sterk verbonden. Ze zijn volop op zoek naar kansen en zijn erg actief, willen zoveel mogelijk informatie verzamelen. De West-Europese landen kunnen het rustiger aan doen, weten al die dingen al, misschien is dat niet zo maar ze gaan ervan uit dat ze dit al weten. De West-Europese landen staan nu verder maar dat zou in de toekomst best wel eens kunnen veranderen, misschien steken de Oost-Europese landen ons dan voorbij. Maar EUD werkt zowel met Oost- als West-Europa even goed samen.

Maartje: Ga je akkoord met Mark? Voel je dat dit klopt voor Hongarije, een Oost-Europees land? Zijn jullie sterk op zoek naar informatie en doen de West-Europese landen het rustiger aan?

Adam: Ja. Ik ben zelf van Hongarije. Twintig jaar geleden werden we bevrijd van het communisme. Tot dan had de Dovengemeenschap eigenlijk niet veel te zeggen. Sinds de bevrijding zijn we opengebloeid en kwamen er steeds meer kansen. Nu werken Oost- en West-Europa goed samen. Onze doelen zijn dezelfde: we moeten vechten voor onze rechten en elkaar ondersteunen. We gaan op die manier goed vooruit. Het verschil is dat de West-Europese landen weten hoe te lobbyen terwijl wij nog volop in een leerproces zitten.

Maartje: Je werkt nu één jaar in het Europees Parlement, is dat tot nu toe een goede ervaring voor jou geweest?

Adam: Ik ben verkozen in juli een jaar geleden, zoals alle Europese parlementsleden. Mijn eerste maand hier was niet makkelijk. Ik moest veel mensen ontmoeten, informatie geven, uitleggen dat ik doof ben, hoe het zit met de communicatie... Ze wisten daar hier echt niks over. Omdat ik veel informatie heb gegeven gaat het nu vlot en heb ik veel contacten met andere Europese parlementsleden. Ik kan zeggen dat het nu echt goed gaat en dat ik goed bezig ben.

Maartje: Heb je een goed team rond je verzameld?

Adam: Ik heb drie, nee vier mensen rond mij. Hier in mijn kantoor heb ik drie assistenten. Eén persoon is slechthorend, de andere twee horend. Zij zijn een grote steun om mijn werk te doen. Daarnaast zijn er ook de Hongaarse parlementsleden van mijn politieke partij de EPP (European People Party). Dat zijn 15 mensen die mij ook ongelooflijk steunen. Ten derde natuurlijk ook de andere Europese parlementsleden, zij steunen mij ook. En tenslotte de Disability Intergroup waarvan ik voorzitter ben. Dat is voor mij een goed netwerk om informatie uit te wisselen.

Maartje: Je bent verkozen in het Europees Parlement voor 5 jaar. Wat zijn je belangrijkste prioriteiten en hoe ben je van plan die te bereiken?

Adam: Ik wil eerst zeggen dat mijn lijst van prioriteiten erg lang is, maar ik zal de belangrijkste drie eruit halen. Mijn eerste prioriteit is erkenning van gebarentaal in alle Europese lidstaten. Een heel belangrijk punt. Mijn twee prioriteit is het niveau van tewerkstelling verhogen, niet alleen van dove mensen maar van alle mensen met een handicap. In de West-Europese landen is de situatie iets beter, maar in Oost-Europa is het niveau echt laag. Ik wil dat omhoog krijgen. Mijn derde prioriteit is discriminatie stoppen in alle levenssferen: gezondheidszorg, politie, enzovoort. Dat zijn mijn drie belangrijkste prioriteiten. Hoe ik concreet te werk ga: ik ben het eerste dove parlementslid hier, en ik ben mijn handen en het feit dat ik gebarentaal gebruik ongelooflijk dankbaar. Mensen hebben mij onmiddellijk gezien. De Europese parlementsleden blijven kijken en spreken mij aan. Vele parlementsleden stellen mij vragen en zo maak ik makkelijk contact met mensen. Moest ik niet gebarentalig zijn maar bijvoorbeeld blind of rolstoelgebruiker, dan zou dat helemaal anders zijn, dan zou ik zelf mensen moeten gaan vertellen dat ik een handicap heb. Terwijl gebarentaal heel visueel is, mensen zijn ervan onder de indruk. Veel parlementsleden kennen mij dus en daardoor heb ik makkelijk contacten. Die contacten zijn echt nodig en daarvoor heb ik ook twee tolken. Ik woon niet in België, ik ben in Hongarije blijven wonen maar vlieg regelmatig over en de tolken vliegen steeds met mij mee en werken continu voor mij. Als ik echt een moeilijke vergadering heb en er is geen Hongaarse stemtolk, dan gebruik ik een tolk International Sign. Dat is mogelijk, er zijn er hier twee in Brussel. Dus ja, de communicatie gaat prima.

Maartje: Betaalt het Europees Parlement al je tolkkosten?

Adam: Ja, alles. Je moet eerst een budget aanvragen maar dat duurt even. In de tussentijd kon in onmogelijk alles zelf betalen dus heeft mijn partij ongeveer vijf maanden lang de kosten op zich genomen. Vanaf de budgetaanvraag bij het Europees Parlement officieel goedgekeurd was, heeft het Parlement alle tolkkosten betaald en dat doen ze nu nog steeds. Dat gaat vlot.

Maartje: Mark, jij moet voor je werk ook vaak naar conferenties, vergaderingen, je moet mensen ontmoeten... Je gebruikt daarvoor ook vaak tolken? Hoe wordt dat allemaal gefinancierd? Betaalt EUD daar zelf voor, heb je tolken moeten aanvragen, komt het Vlaams Agentschap tussen, ...? En ging dat makkelijk of niet?

Mark: Dat was heel moeilijk. In Engeland kreeg ik 160 tolkuren. Toen ik naar België verhuisde, kreeg ik plots geen tolkuren meer. Dat was een hele shock voor mij, ik kon niemand betalen. Het Vlaams Agentschap wou me acht uur geven. Acht uur! Dat is onmogelijk. Ik moet voor EUD heel vaak mensen ontmoeten. Hoe moet ik dat doen met acht tolkuren? Ik heb dan voort gelobbyd en uiteindelijk is de Engelse overheid tussen gekomen en heeft me één voltijdse Persoonlijke Communicatie Assistent betaald. Dat is heel goed want die persoon kan overal mee met mij naartoe. Als ik een heel belangrijke meeting heb, betaalt Engeland ook nog twee extra tolken voor me. Die komen dan met de trein uit Engeland om hier te tolken. Dus vanaf nu af heb ik een voltijds een tolk ter beschikking maar het was helemaal niet makkelijk om dat allemaal rond te krijgen, ik heb daar bijna twee jaar lang mee moeten bezig zijn.

Maartje: Ik wil graag aansluiten met een nieuw thema: de VN Conventie voor de Rechten van Personen met een Handicap. Die gaat ook over discriminatie, toegankelijkheid, etc. Voelen jullie het belang van de VN Conventie, zal deze een grote impact hebben? En zoja, hoe willen jullie de Conventie gebruiken? Zal de EU daar iets mee doen?

Adam: Ik wil eerst iets belangrijks zeggen: er zijn zevenentwintig landen bij de EU aangesloten. Veertien van hen hebben de Conventie geratificeerd, dertien nog niet. Dat gaat allemaal één voor één, er zijn landen die eerst hun wetgeving aanpassen en daarna pas ratificeren. De EU heeft de Conventie nog niet geratificeerd. De regelgeving van de VN is zo dat het verdrag pas officieel geratificeerd is als een land zijn handtekening eronder gezet heeft en het ingediend wordt bij de VN in New York, pas dan heeft het kracht van wet. De EU heeft al ondertekend maar nog niet ingediend in New York. Ze willen wachten tot alle Europese lidstaten geratificeerd hebben. Ik ben daar niet zo blij mee en ben nu in het Europees Parlement echt aan het lobbyen zodat al die overblijvende dertien lidstaten nog dit jaar ratificeren. Dat is niet makkelijk. Veel landen in Noord-Europa zoals Finland, Letland en nog enkele anderen, stellen uit en vragen tijd om eerst hun wetgeving aan te passen. Ik begrijp dat niet goed. Er zijn veertig miljoen mensen met een handicap in de EU, die zijn allemaal aan het wachten tot de EU ratificeert. Dat is een probleem. Zelf ben ik van mening dat de VN Conventie belangrijk is, maar dat we zeker ook nog andere verdragen moeten gebruiken. Het Verdrag van Lissabon bijvoorbeeld is even belangrijk net zoals vele huidige en toekomstige Europese richtlijnen. We moeten de VN Conventie volgen, én het Verdrag van Lissabon. Het Verdrag van Lissabon is een nieuw EU-verdrag met een charter voor fundamentele rechten. Rechten van mensen met een handicap worden daar ook in vermeld. Dat is heel positief. We moeten de VN Conventie en dit verdrag op hetzelfde moment gebruiken, ze zijn niet los te zien van elkaar.

Mark: De VN Conventie is het eerste internationale rechtsinstrument dat gebarentalen vermeld. Dat is tot nu toe nooit gebeurd. We moeten daarvoor zeker de WFD bedanken die altijd aanwezig was op de vergaderingen in New York en daar heel hard voor gewerkt heeft. Het feit dat gebarentalen vermeld worden, heeft een heel grote impact. Eén goed voorbeeld is Hongarije. Zij vroegen al jarenlang aan de overheid om Hongaarse Gebarentaal wettelijk te erkennen, zonder succes helaas. Maar vanaf het moment dat Hongarije de VN Conventie ratificeerde, heeft het niet meer lang geduurd voor hun gebarentaal ook erkend was. Dat is dus een goed voorbeeld van de directe impact van de Conventie en kan als voorbeeld functioneren voor andere landen die hun gebarentaal ook via de VN Conventie willen erkennen. Hongarije is in dat opzicht een leider. Sommigen maken er een probleem van dat gebarentaal vermeld wordt in handicapspecifieke wetgeving. Maar dat hoeft niet zo te zijn, dit kan immers verder uitgewerkt worden in aparte taalwetgeving of in de grondwet. Dat is het belang van de VN Conventie. Maar anderzijds volg ik ook Adam dat de VN Conventie niet alles is. Het is een belangrijke basis waarop we verder kunnen bouwen. We kunnen op die basis de richtlijnen bouwen. Als de Europese Commissie bijvoorbeeld een richtlijn uitvaardigt in verband met rechten van luchthavenpassagiers, kunnen we dat koppelen aan de VN Conventie. We moeten die basis dus gebruiken in combinatie met andere wetgeving. Dat maakt ons sterker. En dat is ons werk.

Maartje: De VN Conventie gaat vooral over individuele rechten. Maar hebben Dovengemeenschappen ook geen collectieve rechten, groepsrechten nodig? Bijvoorbeeld op het vlak van onderwijs, gebarentaal. Voelen jullie dat de VN Conventie daaraan tegemoet komt of niet?

Adam: De VN Conventie stelt dat onderwijs moet gebeuren in gebarentaal. Er staat geen verwijzing naar Dovengemeenschappen maar wel naar Dovencultuur. Dat is belangrijk: onderwijs in gebarentaal, en beschermen van Dovencultuur. Dat is heel positief. Als je de Conventie grondig leest dan is het waar wat je zegt, dat de Conventie sterk over individuele, persoonlijke rechten gaat en niet over collectieve rechten. De EU moet daar dus zeker nog rechten aan toevoegen en het recht erkennen van groepen op hun eigen cultuur en het ownership daarvan. Dat is nog werk voor de toekomst.

Maartje: Een nieuw thema: de erkenning van gebarentalen. Wereldwijd erkennen meer en meer landen hun gebarentaal. Zijn jullie tevreden met de huidige evoluties, of willen jullie nog meer, andere dingen, bewijs dat erkenning van gebarentalen effectief is en niet louter een papier waarmee de overheid zich ervan af maakt? Wat is jullie visie daarop?

Mark: De wetgeving waarmee gebarentalen erkend worden, is echt heel verschillend binnen de EU. Een voorbeeld daarvan is de Oostenrijkse Gebarentaal, die erkend is in de grondwet. De impact op de Dovengemeenschap is echter nauwelijks zichtbaar. De Zweedse Gebarentaal daarentegen is niet erkend in de grondwet maar in één of andere lagere onderwijswet voor tweetalig onderwijs. Maar dat heeft wel veel meer impact op de Dovengemeenschap, kinderen groeien op met gebarentaal, dat heeft grote invloed. Het is dus niet altijd het beste om te streven naar de hoogste wetgeving, het is wel belangrijk om te kijken hoe wetgeving effectief een invloed kan hebben op Dovengemeenschappen. Een recent voorbeeld is de Hongaarse Gebarentaal, die erkend is in een vrij gedetailleerde wetgeving. Maar ik denk dat Adam dat beter kan uitleggen.

Adam: Voor ik begin wil ik zeggen dat ik zeker erg blij ben dat meer en meer landen hun gebarentaal erkennen. Maar er zijn inderdaad verschillende niveaus van erkenning, van sterk tot eerder zwak. Daar ben ik niet blij mee. Ik wil dat binnen de EU erkenning van gebarentaal overal hetzelfde betekent. Ik ben zelf Hongaar. Er zijn in Hongarije nu erg veel mogelijkheden voor tolken, onderwijs enzovoort, allemaal vrij nieuw. Stel dat ik zou verhuizen naar een ander land, dan zou ik daar misschien andere dingen krijgen, dingen die ik daarvoor wel kon krijgen en nu plots niet meer. Dat is niet bevorderlijk voor de levenskwaliteit. De EU betekent juist “vrijheid van verkeer”, iedereen moet zich vrij kunnen bewegen en de dienstverlening moet overal dezelfde zijn. Voor dove mensen is dat niet zo. Daar wil ik iets aan doen. Honderd procent hetzelfde zal moeilijk zijn, maar ik wil toch zoveel mogelijk hetzelfde maken binnen Europa zodat dove mensen overal kunnen rekenen op bijvoorbeeld tolken, onderwijs, ondertiteling, ... Nu zijn er veel te veel verschillen tussen de lidstaten.

Wat betreft de erkenning van de Hongaarse Gebarentaal: wat positief is, is dat de rechten van doven in elke levensfase gegarandeerd zijn, zowel voor kinderen, werknemers, en ouderen. Onderwijs in gebarentaal, levenslang recht op tolken, ondertiteling, dienstverlening, etc. Het is een complexe wet, en daar sta ik achter. Ik wil niet één sterke goede zin waar niks inzit en waar je dan voor elk recht nog een aparte strijd moet leveren. Ik wil één keer een goede wetgeving waar alles inzit.

Maartje: In november zal je een congres organiseren over erkenning van gebarentalen. Waarom is dat congres belangrijk?

Adam: Omwille van wat ik hiervoor gezegd heb, ik heb op dat vlak dezelfde visie als EUD. Ik wil alle voorzitters van de Europese dovenfederaties uitnodigen -voor België twee voorzitters, dat aanvaard ik-, alle Europese Parlementsleden en hopelijk ook alle leden van de Europese commissie om een krachtig signaal te geven dat we één Europese richtlijn willen hierover. Mark en ik willen een soort “Verklaring van Brussel” die door alle aanwezigen ondertekend wordt. Achteraf kunnen we die dan gebruiken als drukkingsmiddel dat door 27 landen ondersteund wordt, om te vragen aan het EP om dit ook te doen. Als zij dat doen, moet de Europese commissie volgen en nieuwe wetgeving maken.

Maartje: Bedoel je dat je eigenlijk een nieuw Europees Handvest voor Gebarentalen wil, naar vergelijking met het Europees Handvest voor Minderheidstalen?

Adam: Misschien beter een richtlijn. Een richtlijn moet door alle lidstaten geïmplementeerd worden. Een charter is afhankelijk van lidstaat tot lidstaat. Ik wil een algemene wetgeving. Maar het is niet de bedoeling dat 27 dovenfederaties aan de Europese commissie gaan vertellen hoe zij willen dat de wet eruit ziet. Ze moeten zeggen wat ze willen en dan kan de commissie dat onderzoeken en daarna aan het werk gaan.

Mark: Op het moment van de conferentie zal EUD een boek publiceren dat duidelijke informatie geeft over de erkenningswetgeving in elk land zodat we dat tijdens de conferentie van elkaar weten. De wetgeving is in geen enkel land dezelfde, het is niet duidelijk. EUD wil duidelijke informatie verspreiden hierover en zal dit grondig onderzoeken. In sommige landen zijn doven blij dat gebarentaal erkend wordt, maar dan blijkt de wetgeving achteraf niet veel om het lijf te hebben of men weet van niks maar er blijkt een uitgebreide wetgeving te zijn. Het is belangrijk dat we dit van elkaar weten zodat we ook duidelijke informatie kunnen geven aan het Europees Parlement en de Europese Commissie dat de wetgeving zo verschillend is en dat we een richtlijn nodig hebben. Als de wetgeving dezelfde was zouden we geen richtlijn nodig hebben. Ik weet dat er veel verschillen zijn maar dat staat nergens op papier. De publicatie van EUD kan daartoe bijdragen, en de overheid bewust maken dat doven niet één keer gediscrimineerd worden, maar twee of drie keer omwille van taal, misschien ook gender, huidskleur terwijl horenden misschien maar één keer gediscrimineerd worden.

Maartje: Een laatste vraag dan voor Mark, speciaal voor het Vlaamse publiek hier. Je bent vanuit Engeland naar hier verhuisd, voel je je nu Vlaming of EU-burger en vlot het om Nederlands en VGT te leren?

Mark: Sinds mijn verhuis uit Engeland voel ik me meer Europeaan omdat ik meer landen bezoek, niet meer Vlaams. Ik woon in Brugge en leer VGT dat is voor mij niet echt zo moeilijk. Maar Nederlands schrijven is een ander paar mouwen. Eén persoon leert het mij en het gaat nu al een beetje beter maar op termijn zal ik zeker goed Nederlands kunnen lezen en vlot VGT kunnen.

Maartje: Hou jij van Brussel Adam, van België en van onze cultuur? Of heb je door het over en weer gereis nog niet veel kunnen zien?

Adam: Het afgelopen jaar heb ik voor mijn werk veel moeten vliegen maar ik ben maar zelden in de stad Brussel, ik werk van ‘s morgens tot ‘s avonds in het Europees Parlement. Maar ik hou wel van Brussel en van België, meer van Vlaanderen. Ik heb veel dove vrienden in Vlaanderen, in Wallonië minder. Maar ik kijk daar eigenlijk niet zo op, alle doven in Europa zijn mijn vrienden.

Maartje: Bedankt voor het interview!